Soorten vennootschappen

De vennootschappen kunnen onderverdeeld worden in vennootschappen met en zonder rechtspersoonlijkheid en in burgerlijke vennootschappen en handelsvennootschappen.

Rechtspersoonlijkheid vs. geen rechtspersoonlijkheid

Rechtspersoonlijkheid impliceert dat de vennootschap een eigen identiteit heeft die los staat van de vennoten.

De maatschap, de tijdelijke handelsvennootschap en de stille vennootschap hebben geen rechtspersoonlijkheid.

Daartegenover staan vennootschappen met rechtspersoonlijkheid die erkend worden in het Wetboek Vennootschappen:

• de vennootschap onder firma (V.O.F.)
• de commanditaire vennootschap (Comm. V.)
• de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (B.V.B.A.)
• de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (CVBA)
• de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (CVOA)
• de naamloze vennootschap (NV)
• de commanditaire vennootschap op aandelen (Comm. VA)
• het economische samenwerkingsverband (ESV)
• de Europese vennootschap (SE)

Burgerlijke vennootschappen vs. handelsvennootschappen

Vennootschappen hebben ofwel een burgerlijk, ofwel een handelskarakter. Dit karakter van de vennootschap wordt bepaald door het doel van de vennootschap. In geval van twijfel telt de effectief uitgeoefende activiteit.

Het burgerlijk of handelskarakter speelt vooral een rol bij:

• de faillissementen: enkel handelsvennootschappen kunnen failliet gaan
• de verjaringstermijn: voor burgerlijke vennootschappen geldt de korte termijn uit
  art. 2272 B.W. niet
• de bewijsregels: het bewijs voor handelsvennootschappen is vrijer dan voor de
  burgerlijke vennootschappen