Verval van het recht van sturen

Hoofdverval

De rechter kan het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreken: de wetgever heeft vanaf 1 maart 2004 de mogelijkheden van het ‘rijverbod’ flink uitgebreid en in een aantal gevallen de rechter verplicht om ze op te leggen. De rechter heeft dus in een aantal gevallen geen keuze meer.

Daarenboven heeft de wetgever in de meeste gevallen de gevangenisstraffen, die bijna nooit werden opgelegd, afgeschaft en vervangen door het facultatieve of verplichte rijverbod dat gezien wordt als een lichtere straf en dus onmiddellijk van toepassing is. Dit geldt ook bij feiten die begaan werden vóór de nieuwe wet maar zelfs in geval van hoger beroep of verzet pas behandeld worden na de nieuwe wet, die in werking trad op 1 maart 2004.

Verder geldt ook dat voor weggebruikers die hun rijbewijs nog maar 5 jaar hebben de rechter in een aantal gevallen een weekendverval kan uitspreken (de bepaling is voorlopig evenwel niet uitvoerbaar).

Vervangend verval

In de meeste gevallen, uitgezonderd die van onopzettelijke slagen en verwondingen of doodslag, werden daarnaast ook de vervangende gevangenisstraffen die opgelegd werden wanneer de geldboete niet betaald werd, bepaling die zeer zelden werd toegepast, vervangen door een vervangend rijverbod.

De duur van het verval gekoppeld aan een uit te spreken boete mag niet langer zijn dan één maand en niet korter dan acht dagen. Dit geldt in geval van een gebrek aan betaling na 2 maand na de uitspraak, in geval van een tegensprekelijk vonnis of na de betekening ervan of in geval van een op verstek gewezen beslissing.

Wanneer is er sprake van een hoofdverval van het recht op sturen?

Facultatief – de rechter is niet verplicht om het op te leggen:

• indien hij veroordeelt op basis van alcoholintoxicatie/drugs, vluchtmisdrijf of het bemoeilijken van de vaststelling van overtredingen
• indien hij veroordeelt op basis van een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader en de veroordeling wordt uitgesproken wegens doding of verwonding
• indien hij veroordeelt op basis van een van de zware overtredingen van de eerste of   tweede graad
• indien hij veroordeelt op basis van een overtreding van deze wet en van de reglementen   die horen bij de uitvoering ervan en de schuldige hieromtrent binnen het jaar vóór de overtreding driemaal werd veroordeeld
• indien hij veroordeelt op basis van het niet hebben van een geldig rijbewijs, inschrijving of   verzekering

De verklaringen met verval van het recht tot sturen bedragen ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar; zij kunnen evenwel uitgesproken worden voor een periode van meer dan vijf jaar of permanent indien de schuldige binnen de drie jaar vóór de overtredingen bedoeld in 1° en 5°, veroordeeld is door een van deze overtredingen.

De rechter kan het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maken van het slagen voor een of meer examens of van een theoretisch, praktisch, geneeskundig of psychologisch onderzoek.

Verplicht – de rechter heeft geen keuze:

• indien hij veroordeelt op basis van dronkenschap (1 maand) met verplicht geneeskundig en psychologisch onderzoek
• indien hij veroordeelt op basis van de herhaling van alcoholintoxicatie (3maand) met verplicht geneeskundig en psychologisch onderzoek
• indien hij veroordeelt op basis van herhaaldelijke weigering van een ademtest, analyse, bloedproef, drugstest (3 maand)
• indien hij veroordeelt op basis van het hernemen van het sturen ondanks een verbod voor 3 of 6 uren opgelegd na adem-drug-bloedtest (3 maand)
• indien hij veroordeelt op basis van een zware overtreding derde graad (minstens 8 dagen)
• dien hij veroordeelt op basis van een vluchtmisdrijf met gewonden of doden (minstens 3 maand)
• indien hij veroordeelt op basis van een zware overtreding eerste, tweede of derde graad samen met het veroorzaken van onopzettelijke doding (minstens 3 maand)
• indien hij veroordeelt op basis van een herhaling van alcoholintoxicatie, dronkenschap of drugs samen met het veroorzaken van onopzettelijke doding (minstens 1 jaar)
• indien hij veroordeelt op basis van een herhaling van alcoholintoxicatie, dronkenschap of drugs samen met het veroorzaken van onopzettelijke slagen en verwondingen (minstens 6 maand)
• indien hij veroordeelt op basis van rijden ondanks rijverbod of ondanks de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs

psychologische en medische proeven

Daarnaast kan de rechter 4 psychologische en medische proeven bevelen, nl.:

• theoretisch examen
• praktisch examen
• geneeskundig onderzoek
• psychologisch onderzoek

In een aantal gevallen is hij dat verplicht. De opheffing van het rijverbod wordt dan afhankelijk gesteld van het al dan niet slagen voor voormelde proeven die o.a. moeten opgelegd worden bij:

• veroordeling op basis van onopzettelijke doodslag en een herhaling van alcoholintoxicatie, dronkenschap, drugs of het weigeren van een test
• veroordeling op basis van onopzettelijke slagen en verwondingen en een zware overtreding en/of zware alcoholintoxicatie, dronkenschap, drugs of het weigeren van een test
• veroordeling op basis van dronken sturen (al dan niet een herhaling)
• veroordeling op basis van een herhaling van een zware alcoholintoxicatie, herhaling van het weigeren van een ademtest of bloedproef

Voorlopig (03/05/04) heeft de bevoegde minister nagelaten de proeven wettelijk te regelen zodat het op dit ogenblik niet duidelijk is of veroordeelden hun rijbewijs binnen de termijn van het uitgesproken verval kunnen terugkrijgen, gezien zij op dit ogenblik geen (niet bestaande) proeven kunnen afleggen.